untitled-2

Leerlingen die voor 1 januari 16 jaar zijn, maken in principe eenmalig de transitietoets. De transitietoets bestaat uit een aantal onderdelen, die inzicht geeft op het gebied van:

  • Interesse
  • Houding en gedrag
  • Niveau

De transitietoets geeft een bevestiging van de uitstroomverwachting in het ontwikkelperspectiefplan, het OPP. Leerlingen kunnen dus niet slagen of zakken voor de transitietoets. Er wordt gekeken of we met mekaar op de goede weg zijn en of er aanpassingen nodig zijn in de door- en/ of uitstroom van de leerling.

Nadat de transitietoets is afgenomen, geven de mentor, de teamleider, de orthopedagoog en de adjunct directeur een advies voor de leerling. Het advies voor de (school)loopbaan en/ of de uitstroomverwachting van de leerling wordt door de mentor met de leerling en de ouders/ verzorgers besproken.

De uitstroomverwachting wordt ook genoemd op het rapport, op de stageformulieren en in het OPP. Het OPP wordt jaarlijks met de ouders/ verzorgers besproken en ondertekend.

Gedurende de schoolloopbaan is er doorlopend sprake van toetsing. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Toetsen van CITO
  • Toetsen die bij de methode horen
  • Proeven van bekwaamheid
  • IVIO examens voor de vakken Nederlands, Engels en rekenen & wiskunde

Uiteraard zijn deze toetsen ook van belang voor de uitstroomverwachting van de leerling.