Rekenen heb je nodig om zelfstandig te kunnen functioneren in de samenleving. Computer en rekenmachine zijn daarbij belangrijke hulpmiddelen. Het rekenen zoals wij dat leren, heeft vaak te maken met situaties uit de praktijk.
Dit zijn de leerdoelen:
- De leerling kan positieve getallen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en kent de volgorde van de bewerkingen.
- De leerling kan de uitkomst van de berekening inschatten.
- De leerlingen kan inhoud geven aan de begrippen meer en minder .
- De leerling kan werken met de volgende begrippen: lengte, breedte, omtrek, oppervlakte, inhoud, (de waarde van) geld en gewichten.
- De leerling kan omgaan met begrippen met betrekking tot tijd, in de volgende context: het aflezen van tijd (digitaal en analoog), het hanteren van de begrippen: morgen, middag, avond, nacht, langdurig, even, vroeger, later en het maken van afspraken op een bepaalde tijd.
- De leerling kan eenvoudige vlakke afbeeldingen van ruimtelijke objecten interpreteren, beschrijven en benoemen.
-
De leerling kan omgaan met een rekenmachine en met gereedschap om te meten en te wegen.




